Overlijden ouder(s)

Wat als een ouder of beide ouders overlijden?  

5.6 a Na schenken 

Een ouder kan tijdens leven een schenking aan een kind hebben gedaan en aan de andere kinderen niet. Als de schenking niet vóór 1 januari 2003 is gedaan en de ouder niet heeft vastgelegd dat de schenking moet worden ingebracht in de nalatenschap, wordt bij het verdelen van de erfenis geen  rekening gehouden met een eerdere bevoordeling van een erfgenaam. Dat kan scheve ogen geven. 

Om dat te voorkómen, kan een ouder in de schenkingsakte vastleggen dat de schenking moet worden ingebracht in de nalatenschap. De ouder kan dit ook, op een later moment, in een testament vastleggen.  

 Inbreng schenking 

Een ouder met twee kinderen helpt één daarvan met de aankoop van een huis door een bedrag van €100.000 te schenken. Bij het vastleggen van de schenking wordt bepaald dat dit bedrag moet worden ingebracht in de nalatenschap. De nalatenschap bedraagt €300.000. Bij het overlijden van de ouder wordt het erfdeel van het eerste kind verrekend met de helft van de schenking; dit kind krijgt €50.000 minder uit de nalatenschap; dus 

 geen €150.000, maar €100.000. Daarmee is de schenking rechtgetrokken. 

 LET OP Denk aan de 180 dagen-termijn 

Als een schenking binnen 180 dagen voor overlijden is gedaan, wordt de schenking bij de erfenis opgeteld, ook al was de schenking belastingvrij. Deze regeling geldt niet voor een schenking waarbij een beroep is gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling van €25.322, de 

 eenmalig extra verhoogde vrijstelling van €52.752 of de inhaalvrijstelling van €27.432 aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar. 

5.6 b Na lenen 

Als de eerste ouder overlijdt, kan de langstlevende ouder de geldlening met het kind voortzetten. Als beide ouders er niet meer zijn, hangt het van de condities van de lening af of die bij overlijden van de laatste ouder moet worden afgelost. Als daarover niets is afgesproken, zal de lening door de 

erfgenamen moeten worden voortgezet, tenzij het kind de geldlening vrijwillig aflost of oversluit bij de bank of een ander familielid. Het is de vraag of de (mede)erfgenamen daar blij mee zullen zijn. Ze moeten immers direct erfbelasting betalen over de vordering die ze hebben geërfd, terwijl de schuldenaar de vordering gefaseerd aflost. 

Als de geldlening wordt voortgezet door de erfgenamen, zal het kind rente en aflossingen moeten overmaken naar de erfgenamen. Anders regelen 

Als de verwachting is dat het kind de geldlening niet direct na het overlijden van de ouders kan aflossen, is het verstandig om hiervoor een regeling in de akte van geldlening of in testamenten van de ouders op te nemen. Een dergelijke regeling zou kunnen inhouden dat de geldlening niet direct na overlijden opeisbaar wordt, maar op een later moment. Op die manier krijgt het kind meer tijd en gelegenheid om bijvoorbeeld de lening over te  sluiten. 

Aandachtspunt bij een dergelijke uitstelregeling is wie de erfbelasting moet betalen. Het uitgeleende bedrag maakt deel uit van de erfenis van de overleden ouder(s) en daarover wordt erfbelasting geheven als die hoger is dan de vrijstelling.  

Vermenging      

In de situatie dat ouders maar één kind hebben en beide ouders overlijden, zal het kind vaak de enige erfgenaam zijn. Als het kind bij de ouders geld heeft geleend voor de aankoop van zijn huis, erft het kind een vordering op zichzelf. Het kind is dan zowel schuldeiser als schuldenaar en de  schuld gaat door ‘vermenging’ teniet. 

Daarmee vervalt de fiscale eigenwoningschuld van het kind en ook de hypotheekrenteaftrek. Zelfs als het kind vervolgens een hypothecaire  geldlening afsluit bij de bank, kan het voor het oorspronkelijk geleende bedrag geen rente meer aftrekken. De bijleenregeling staat daaraan in de weg. Als het niet wenselijk is dat de geldlening ophoudt te bestaan na het overlijden van beide ouders, zullen de ouders maatregelen moeten treffen. Dat  kan door een testament te laten opstellen waarin niet alleen hun enig kind erfgenaam is, maar ook iemand anders, zoals een goed doel. Als er meer dan een erfgenaam is, kunnen de schuld en de vordering niet vermengen. Op die manier blijft de geldlening bestaan en behoudt het kind recht op hypotheekrenteaftrek.  

 Meer erfgenamen 

Linda heeft van haar ouders €200.000 geleend voor de aankoop van haar huis. Zij is enig kind. Als haar ouders overlijden, is Linda samen met een goed doel erfgenaam. Het goede doel krijgt 1% van de erfenis en Linda de rest. Omdat de geldlening na het overlijden niet automatisch teniet is gegaan, behoudt Linda het recht op hypotheekrenteaftrek zolang de nalatenschap onverdeeld blijft of als de vordering wordt toegedeeld aan het goede doel. Het goede doel zal in dit voorbeeld dan mogelijk overbedeeld zijn (méér krijgen dan de 1% waartoe zij gerechtigd is) en krijgt in dat geval een schuld aan Linda. Laat u zich in dit soort gevallen goed adviseren. In de vorige hoofdstukken hebben we het vooral gehad over een schenking of lening binnen de familie en de naaste kennissenkring. Dus van ouders aan kinderen of van goede vrienden aan elkaar. Maar er zijn meer mogelijkheden om hulp bij een financiering te krijgen.  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *