Derdenhypotheek

Normaal zijn de schuldenaar (degene die het geld inleent) en de hypotheekgever (degene die het zekerheidsrecht aan de schuldeiser verleent) dezelfde persoon. Maar dat hoeft niet. Iemand kan ook een zekerheid geven voor een schuld van iemand anders. Dit wordt een ‘derdenhypotheek’ genoemd. 

 Ouders het huis uit… 

Piet wil een onderneming starten en wil daarvoor €50.000 lenen bij de bank. Hij woont in een huurhuis, dus hij kan de bank geen hypothecaire zekerheid bieden. De ouders van Piet hebben hun eigen huis afbetaald. Ze kunnen een hypotheekrecht vestigen op hun woning tot zekerheid van de schuld die Piet aan de bank heeft. Als Piet zijn schuld niet terugbetaalt, kan de bank het huis van de ouders in het openbaar laten verkopen en 

 de €50.000 op de opbrengst verhalen. 

Zoals uit het voorbeeld blijkt, is een derdenhypotheek dus niet zonder risico’s! Niet zelden staat in de hypotheekakte dat de hypotheek wordt gevestigd ‘voor al hetgeen de schuldenaar te eniger tijd aan de bank verschuldigd mocht zijn’. Dat betekent dat als de schuldeiser bijvoorbeeld  roodstaat op zijn betaalrekening, de bank ook tot executie zou kunnen overgaan. 

In de praktijk kan zich nog het volgende probleem voordoen. Als er nog een hypotheekschuld op de woning van de ouders zit, zal deze eerste hypotheekhouder doorgaans toestemming moeten geven voor het vestigen van een tweede hypotheekrecht. Die zal daartoe niet altijd zonder  meer bereid zijn. Houd er in elk geval rekening mee dat er enige tijd overheen kan gaan, voordat de vereiste toestemming wordt verkregen. 

6.3 a Geld lenen om uit te lenen 

Soms willen ouders hun kind graag helpen, maar hebben ze zelf geen liquide middelen. Dan zouden ze geld bij de bank kunnen lenen om dat vervolgens door te lenen aan de kinderen. Dit is over het algemeen de duurste oplossing. Als de ouders geld lenen bij de bank, betalen ze  daarover rente aan de bank. Zelfs als ze hypothecaire zekerheid zouden geven, hebben ze hiervoor geen hypotheekrenteaftrek. 

In box 3 ontstaat een vordering op het kind en een schuld aan de bank. Per saldo is dit neutraal, met dien verstande dat voor schulden in box 3 een drempel geldt van €3000 per persoon (voor fiscale partners is de drempel dus €6000). De ouders betalen dus toch een klein beetje vermogensrendementsheffing over het geld dat ze hebben uitgeleend. 

 Dubbele lening 

Joke wil voor een verbouwing van haar huis € 50.000 van haar ouders lenen. Haar ouders lenen dit bedrag bij de bank en vestigen daarbij  een hypotheek op hun vakantiehuisje op Vlieland. Ze lenen de €50.000 vervolgens uit aan Joke. 

De vordering op hun dochter geven ze op in box 3 voor €50.000 (hun heffingvrij vermogen is al ‘gevuld’ dankzij het vakantiehuisje). De schuld aan de bank mogen ze daarop in mindering brengen voor €50.000 – €6000 (de schuldendrempel voor fiscale partners in box 3) = €44.000. Ze 

 betalen dus 1,2% vermogensrendementsheffing over €6000, ofwel €72 per jaar. 

De ouders van Joke hebben geen recht op hypotheekrenteaftrek. Voor de schuld aan haar ouders heeft Joke wel recht op hypotheekrenteaftrek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *